maandag 22 februari 2010

Voetbalvrouwen in Senegal

Een paar maanden geleden werd ik op een frisse zaterdagmorgen door de voetbaltrainer van mijn zoon aangesproken. „Jij doet toch iets voor Afrika?“, was zijn vraag en na mijn bevestigende antwoord, bood hij mij spontaan een paar tassen met voetbaltenues aan. Over het algemeen sta ik niet te trappelen om spullen naar een ontwikkelingsland te sturen, omdat je daar de locale economie geen goed mee doet. Een wijsheid die ik niet van mijzelf heb maar van Nienke Blauw, destijds nog werkzaam bij COS Nederland en inmiddels bij het Europees Parlement, toen ik mijn ambitie uitsprak om oud schoolmeubilair per container naar Afrika te verschepen. „Doe maar niet“, was haar advies om voornoemde reden, wat ik graag ter harte nam. Nu besloot ik dat een paar tassen met sporttenues niet onder dat „handelsembargo“ vallen.

Inmiddels weet ik dat er bij heel veel sportverenigingen, enorme aantallen sporttassen met nog meer oude sportshirts ongebruikt in materiaalhokken liggen. Als er dan een actief verenigingslid de kriebels krijgt en zo’n ruimte op gaat ruimen, gaan ze na een aantal ongedragen jaren vaak de vuilnisbak in. Onze stichting is absoluut niet van plan om hier de oplossing voor te faciliteren, wij houden ons werk graag kleinschalig. De tenues die we tot nu toe hebben gekregen, gingen met mijn collega Sidy Diop als bagage mee naar Senegal. Dat kost niets en is een kleine moeite.

Ik vind het belangrijk dat de shirts een bestemming krijgen die min of meer bij onze actviteiten aansluit. Via wat googelen kwam ik erachter dat vrouwenvoetbal een heus en actueel thema is in Senegal. Nog mooier werd het toen ik ontdekte dat de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond daar zelfs de hand in heeft. De Academy van de KNVB heeft Aïcha Henriette Ndiaye, een oud-international van het Senegalees vrouwenelftal, opgeleid tot trainer. Daarnaast begeleidt de KNVB de Senegalese bond om voetbal voor iedereen toegankelijk te maken. Dus niet alleen voor veelbelovende jongens waar ooit wel eens aan verdiend zou kunnen gaan worden, maar ook voor meisjes, vrouwen en gehandicapten.

De eerste tas hebben we aan een mannenteam in Diourbel gegeven, maar via Johan van Geijn, verantwoordelijk voor internationale projecten van de KNVB, hebben we nu contact met Aïcha. Zij zorgt dat de shirts verdeeld worden onder vrouwenteams.

Onze stichting heeft geen reclamebudget dus wij grijpen deze activiteiten graag aan om in het nieuws te komen. Toen ik een elftalfoto kreeg, en op die shirts het logo van een grote verzekeraar (van dat stel met die plu en een hondje) prijkte, hoopte ik op nog meer aandacht. Ik stuurde een email naar de verzekeraar waarin ik vroeg of ze bezwaar zouden hebben tegen publicitair gebruik van deze foto. In plaats van een positieve reactie en support voor ons werk meldde de zure persdame dat ze geen prijs zouden stellen op het gebruik. Het logo op de shirts was het oude en ze zijn toch al hoofdsponsor van Stichting Doe Een Wens. Met fotoshop werd het logo opgelost en na ons persbericht volgden mooie publicaties in de PZC, de Wereldregio en een radio interview op Radio Schouwen-Duiveland.

Overigens, als er leden of bestuurders van sportverenigingen interesse hebben om clubs in de derde wereld te steunen, dan kan dat via Clublinking een nieuw landelijk initatief van NCDO. Dit was alweer een tip van Cos Nederland, bedankt Astrid Helder en wat fijn dat je onze berichten leest!

zaterdag 13 februari 2010

Eigen ontwikkeling

Halverwege 2010 bestaat de stichting 3 jaar. In die periode hebben we projecten in Senegal gefinancierd om kwetsbare groepen gelegenheid te bieden tot ontwikkeling. Aldoende hebben we zelf ook geleerd.
Toen we na de oprichting ongeveer € 400 bij elkaar hadden gesprokkeld, maakten we dat bedrag direct over naar Asispev, onze lokale partner in het zuiden. Wat ze er precies mee zouden doen, wisten we niet. In ieder geval iets goeds, dus daar vroegen we maar niet naar. Gelukkig hadden we al heel snel in de gaten dat deze methode geen succesformule zou zijn om nog meer steun te werven. Om donateurs aan ons te binden, moesten we helder communiceren over wat we met het gedoneerde geld doen. We leerden nog wat sneller van de samenwerking met Hivos/Linkis, waarmee we een project voor jongeren met een begroting van € 2500 hebben gefinancierd. Eerst een plan met budget indienen, extra toelichten waar nodig, en als het project afgerond is een heldere verantwoording aanleveren over de behaalde resultaten, èn de gemaakte kosten.
Vanaf dat moment willen en krijgen we aanvragen van Asispev met een plan, en het beoogde budget wat daar voor nodig is. Sinds we „ANBI“ zijn gaan we nog iets verder. Het is ons doel om meer dan transparant te zijn, dus willen we ook de feiten achteraf. Voorop staat uiteraard het behalen van de doelstellingen, en vinden we het heel belangrijk dat kinderen die we naar school helpen daar ook blijven. Gemaakte kosten moeten wel verantwoord worden, waardoor projecten en resultaten nog inzichtelijker worden.
We hebben naast het project met Hivos inmiddels 30 kinderen naar school geholpen, en mede dankzij steun van het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam komen daar volgend schooljaar nog eens 15 kinderen bij. Dankzij deze twee instellingen èn de steun van onze donateurs (lees: familie en vrienden) kunnen we elk jaar meer doen voor de vrouwen en kinderen in Senegal.
Om onze activeiten uit te breiden lanceren we binnenkort een nieuwe en revolutionaire methode om donaties te werven met als thema „Goed fout!“. Houdt ons dus goed in de gaten.....

dinsdag 2 februari 2010

Bankzaken

In deze tijd van crisis en kritiek op het handelen van financiële instellingen, wil ik u eens een inkijkje geven in bankzaken waar wij als stichting mee te maken hebben. Om te beginnen moet u weten dat wij alle donaties volledig benutten om projecten in Afrika te financieren. Kosten die we in Nederland maken, zoals de bijdrage van de kamer van koophandel, webruimte en domeinnamen, betaald het bestuur.
Eén van de voorwaarden om door de belastingdienst als Algemeen Nut Beogende Instelling te worden aangemerkt was de bankzaken zo te organiseren dat geen bestuurslid over de banktegoeden zou kunnen beschikken alsof het het zijne of hare was. Daartoe hebben wij een bestuursrekening bij de ABN geopend. Dit is een zakelijk pakket en voor verenigingen en stichtingen zijn de kosten zijn zeer laag.
Echte bancaire kosten ontstaan pas wanneer we geld naar Senegal overboeken. Een transfer, bij gedeelde kosten, bedraagt 0,1% minus € 4 van het bedrag wat je overmaakt met een minimum van € 5,50 en een maximum van € 55. Wij hebben zelden of nooit te maken met kosten per boeking van meer dan € 25. Ook dat heeft weer een reden, maar daar kom ik in een later commentaar nog wel eens op terug.
Gedeelde kosten betekent dat er ook aan de ontvangende zijde nog iets in rekening wordt gebracht. Toen we een paar maanden geleden voor 2 projecten € 405 naar Senegal overmaakten, bleek er ongeveer € 25 minder aan te komen. Dat is ruim 6%, en met de € 6,80 die wij bij de ABN aftikten zelfs bijna 8%. Ik kan me veel voorstellen, maar dat de kosten van de bank in Senegal hoger zijn dan hier lijkt me heel sterk.
De bank in Senegal is de Bank Regionale de Solidarité , en dit zou een bank zijn die het beste met ontwikkelingsprojecten voor heeft. Op ons schriftelijke verzoek om informatie te krijgen over de tarieven van deze bank, hebben we echter geen gehoor gekregen. Natuurlijk zijn dit geen onoverkomelijke bedragen, maar ze zijn wel bijzonder irritant. Vooral omdat het geld wat ons betreft besteed moet en kan worden aan projecten, en niet bedoeld is om de kosten van derden te voldoen.
Na onderzoek blijkt er inmiddels een alternatief mogelijk waardoor we dit min of meer in de hand kunnen krijgen. Wanneer we niet met gedeelde kosten overboeken, maar alle kosten voor onze rekening nemen, wordt er door de ABN € 12,50 aan kosten ten bate van de bank in Senegal ingehouden. Dat betekent dus dat een overschrijving tot € 950 dus € 18 kost, en dat vind ik belachelijk veel geld. Binnen Europa zou zo’n overboeking gratis zijn.
Het bovenstaande brengt mij overigens nog bij een puntje van zelfbespiegeling. Wij hebben bij het overmaken tot nu toe gebruik gemaakt van de methode „gedeelde kosten“. De kosten die aan Asispev in rekening zijn gebracht door de BRS zijn nooit gebudgetteerd, en moeten dus nog door het bestuur worden aangevuld. Dat zal dus in onze eerstvolgende vergadering geregeld moeten worden.

Wanneer u na het lezen opmerkingen heeft of mij tips wilt geven, dan hoor ik dat uiteraard graag!